Sanda en de worpen die niemand anders behield
China bouwde zijn fullcontact-strikingcode rond worstelen, en leverde zo het enige grote kickboksreglement waarin een tegenstander neerzetten punten oplevert.
Sanda — ook geschreven als sanshou — werd vanaf 1979 ontwikkeld als de fullcontact-wedstrijdtak van de Chinese vechtkunsten. Het rulebook nam één beslissing die het van elke andere grote strikingcode onderscheidt: worpen en veegtechnieken scoren, en scoren goed.
De reden is afstamming. Het Chinese worstelen, shuai jiao, is oud en institutioneel sterk, en wie de sandaregels schreef zag geen reden het weg te gooien. Een sandapartij staat dus toe een trap te vangen en de trapper neer te zetten, en traditionele wedstrijden worden uitgevochten op een verhoogd platform, de lei tai, waar een tegenstander eraf duwen ook scoort.
Het tactische gevolg is direct. Onder K-1-regels kan een vechter vrijuit ronde trappen gooien, want gevangen worden kost niets dan positie. Onder sanda is diezelfde trap tegen een goede worstelaar een uitnodiging om neergezet en afgestraft te worden. Sandavechters trappen daarom anders — snellere terugtrekking, meer frontale trappen, meer aandacht voor wat er ná de trap gebeurt.
Cui Fei, Muslim Salikhov en Yi Long kwamen allemaal uit dit systeem voordat ze het kickboksen of MMA in gingen, en de vang-en-veeggewoonte reist meestal met hen mee. In de vergelijker is sanda het enige opgenomen reglement waarin een worp een scorende actie is in plaats van een overtreding.